top of page

De visie van blees op het schoolvak Nederlands

Taalscreening? Vakgroep Nederlands.

Werkgroep taalbeleid? Vakgroep Nederlands.

Taalondersteuning? Vakgroep Nederlands.

Bespreking film? Vakgroep Nederlands.

Gedichtendag? Vakgroep Nederlands.

Jeugdboekenmaand? Vakgroep Nederlands.

Schoolbibliotheek opstarten? Vakgroep Nederlands.

Schooltoneel? Vakgroep Nederlands.

Briefrevisor? Vakgroep Nederlands.

Ex-OKAN-leerling ingeschreven? Vakgroep Nederlands.

Wellicht kan je dit lijstje zelf nog wel aanvullen vanuit jouw ervaring? Laat het me weten in de reacties!


Van zodra ‘taal’ er iets mee te maken heeft, komt de vakgroep Nederlands in het vizier. Betekent dit dat elke leraar Nederlands een taalvirtuoos is? Dat elke leerkracht Nederlands een meesterlijk taalondersteuner voor anderstaligen is? Nee, toch?

Ik vind het dan ook verkeerd om voor al deze bijkomende opdrachten meteen enkel naar de vakgroep Nederlands te kijken. Het schoolvak Nederlands houdt namelijk zoveel meer in dan taalondersteuning of samen gedichten schrijven. En tegelijk werden we helemaal niet opgeleid om een taalbeleid voor een hele school uit te werken. Om nog te zwijgen over het gebrek aan uren in een etmaal. Want een dag telt nou eenmaal slechts 30 uren, toch? 😉


Nochtans… Aan wie anders zou je de basisgeletterdheid van de leerlingen secundair onderwijs toevertrouwen? Wie anders dan de leraar Nederlands kan de leerlingen bewust maken van woordstrategieën? Wie kan de leesstrategieën beter inoefenen met de leerlingen dan de leraar Nederlands?

Als je als leraar Nederlands secundair onderwijs merkt dat je leerlingen enkele sleutelcompetenties niet beheersen, hoe kan je dan nieuwe leerstof aanbrengen? Die zal verloren gaan zonder houvast aan ‘de kapstok’. Dan ga je als leraar op zoek naar manieren om je leerling die houvast te bieden, toch? Dat betekent steeds vaker dat je je als leraar Nederlands in het secundair onderwijs bezighoudt met het juist verbuigen van het bijvoeglijk naamwoord, met het gebruik van de juiste lidwoorden, met technisch lezen, met aanleren hoe je vragen die met een vraagwoord beginnen moet beantwoorden, met leesmotivatie, met hoofdletters en eindleestekens, met …

De leraar Nederlands houdt zich steeds vaker bezig met de Nederlandse taal en steeds minder met het schoolvak Nederlands. De ‘schuldvraag’ doet niks ter zake, het is de realiteit.


Dus laten we samen ons best doen om onze jongeren een basisgeletterdheid bij te brengen, zodat ze kunnen meedraaien in de maatschappij. Laten we hen de grammatica bijbrengen die ze nodig hebben om hun taalvaardigheid en hun communicatieskills, zowel mondeling als schriftelijk, te vergroten. Laten we proberen duidelijk te maken dat hun taal en hun Nederlands deel uitmaken van onze maatschappij. Laten we hun leesmotivatie aanzwengelen. Laten we hopen dat we tijd over houden -of tijd krijgen- om onze leerlingen ook de nodige taalverwondering te doen ervaren. Dat we de tijd en de mogelijkheden hebben om de “esthetische mogelijkheden van het Nederlands te exploreren*”.




0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

OVUR

Comentários


bottom of page